Autisme – test

Professor Simon Baron-Cohen en zijn team van het Autism Research Center van de Cambridge University hebben een autisme test uitgebracht ‘Autism Spectrum Quotiënt’ die de mate van autistische eigenschappen aangeeft voor kinderen vanaf 4 jaar.

Deze autisme test heeft geen diagnostische waarde maar kan een indicatie zijn.
Talentinzicht overloopt en bespreekt graag met u deze test.

Ga voor uzelf na in hoeverre onderstaande punten van toepassing zijn op uw kind, hij/zij:

1. Verkiest eerder om samen dingen te doen dan alleen.
2. Verkiest dingen steeds weer op dezelfde manier te doen.
3. Wanneer hij/zij zich iets moet voorstellen, vindt hij/zij het gemakkelijk hier een beeld van te vormen.
4. Kan zo geobsedeerd met iets bezig zijn, dat andere zaken uit het oog worden verloren.
5. Merkt kleine geluiden op wanneer anderen dit niet doen.
6. Merkt meestal huisnummers of andere reeksen van nummers/nummerplaten op.
7. Heeft moeilijkheden om de beleefdheidsregels te begrijpen.
8. Wanneer hij/zij een boek leest, kan hij/zij zich gemakkelijk de personages voorstellen.
9. Data fascineren hem/haar.
10. In een gesprek kan hij/zij gemakkelijk meerdere gesprekken tegelijk volgen.
11. Voelt zich gemakkelijk in sociale situaties.
12. Merkt sneller details op dan anderen.
13. Verkiest de bibliotheek boven een verjaardagsfeest.
14. Kan gemakkelijk verhaaltjes bedenken.
15. Voelt zich meer aangetrokken tot mensen dan tot voorwerpen.
16. Heeft diepgaande interesses en raakt van streek wanneer hij/zij er zich niet mee bezig kan houden.
17. Geniet van een sociale babbel.
18. Wanneer hij/zij praat is het niet gemakkelijk om er tussen te komen.
19. Is gefascineerd door nummers.
20. Wanneer hij/zij een boek leest vindt hij/zij het moeilijk om de intenties of gevoelens van de personages te achterhalen.
21. Houdt niet van fictie verhalen.
22. Vindt het moeilijk om vrienden te maken.
23. Merkt overal altijd patronen in.
24. Zou eerder naar de cinema gaan dan naar een museum.
25. Raakt niet overstuur wanneer de dagelijkse routine wordt onderbroken.
26. Weet niet hoe een gesprek met ‘peers’ gaande te houden.
27. Kan gemakkelijk tussen de regels door lezen wanneer iemand iets vertelt.
28. Concentreert zich meer op het geheel dan op details.
29. Is niet goed in het onthouden van telefoonnummers.
30. Merkt niet snel kleine veranderingen op in een situaties of iemands verschijning.
31. Merkt op wanneer mensen zich beginnen te vervelen tijdens het luisteren naar hem/haar.
32. Heeft er geen problemen mee om verschillende activiteiten tegelijkertijd te doen.
33. Tijdens een telefoongesprek weet hij/zij vaak niet wanneer het haar/zijn beurt is om te praten.
34. Houdt ervan spontaan dingen te doen.
35. Begrijpt vaak een grap als laatste.
36. Kan van iemands gezicht aflezen wat iemand denkt of voelt.
37. Bij een onderbreking kan hij/zij makkelijk terug verder werken daar waar hij/zij gebleven was.
38. Is goed in ‘social talk’.
39. Mensen vertellen vaak dat hij/zij steeds maar over hetzelfde onderwerp verder blijft praten.
40. In de kleuterschool hield hij/zij van het spelen van ‘doe alsof’-spelletjes.
41. Houdt van het verzamelen van reeksen (auto’s, treinen…).
42. Kan zich gemakkelijk inbeelden hoe het zou zijn om iemand anders te zijn.
43. Houdt ervan activiteiten zorgvuldig te plannen.
44. Houdt van sociale gelegenheden.
45. Vindt het moeilijk om andermans bedoelingen in te schatten.
46. Nieuwe situaties maken hem/haar angstig.
47. Houdt ervan nieuwe mensen te leren kennen.
48. Is goed in zorgen voor anderen en wil andermans gevoelens niet kwetsen.
49. Is niet goed in het onthouden van verjaardagen.
50. Vindt het gemakkelijk spelletjes te spelen die berusten op ‘doen alsof’.

Vragen of meer informatie naar aanleiding van deze test? Contacteer Talentinzicht!